Hartelijk dank

Canon werkt voortdurend aan verbetering van haar service. Uw stem is bijzonder waardevol in dit proces. We zouden het waarderen als u mee wilt doen aan ons online onderzoek en ons iets wilt vertellen over uw ervaring met de Canon Support site. Dit onderzoek duurt ongeveer 3~4 minuten.



Ja, ik wil meedoen Topic

Nee, bedankt Topic

Niet meer weergeven

PIXMA MX885

Zoek veelgestelde vragen

Afdrukken  Deze informatie afdrukken

PIXMA MX885

PIXMA MX885

ID veelgestelde vraag: 8201038400
Laatst gewijzigd: 14-okt-11


FAQ: Basisinstellingen voor faxen opgeven

Nuttige informatie:

Oplossing:


In dit gedeelte worden de basisinstellingen voor het faxen beschreven. Hier vindt u bijvoorbeeld hoe u de informatie over de afzender registreert, cijfers en letters invoert, de zomertijd instelt, enzovoort.

Afzenderinformatie

Als de naam en het fax-/telefoonnummer van het toestel zijn geregistreerd, worden deze samen met de datum en tijd afgedrukt als afzenderinformatie op de fax van de ontvanger.

(A) Datum en tijd van verzending
(B) Fax-/telefoonnummer van toestel
(C) Toestelnaam
(D) De naam van geregistreerde ontvangers wordt afgedrukt wanneer faxen worden verzonden met snelkiezen.
(E) Paginanummer

REFERENCE
  • U kunt de Lijst met gebruikersgegevens (User's data list) afdrukken om de geregistreerde afzenderinformatie te controleren.

Beschikbare instellingen voor afzenderinformatie
  • De volgende instellingen zijn beschikbaar.

- Bij het verzenden van faxen in zwart-wit kunt u selecteren of de afzenderinformatie binnen of buiten het beeldgebied wordt afgedrukt (TTI-positie (TTI position)).
- U kunt de indeling van de af te drukken datum selecteren uit drie indelingen (Indeling datumweergave (Date display format)): JJJJ/MM/DD (YYYY/MM/DD), MM/DD/JJJJ (MM/DD/YYYY) of DD/MM/JJJJ (DD/MM/YYYY).

De datum en tijd instellen


REFERENCE
  • Als het apparaat op een computer is aangesloten waarop MP Drivers is geïnstalleerd, worden de datum- en tijdinstellingen van de computer naar het apparaat gekopieerd. Zolang de datum en tijd goed zijn ingesteld op de computer, hoeft u deze niet in te stellen op het apparaat.
  • Als u de stekker verwijdert of als er een stroomstoring is opgetreden, worden de datum- en tijdinstellingen op het apparaat teruggezet. Als u het apparaat aansluit op een computer waarop MP Drivers is geïnstalleerd, worden de instellingen mogelijk opnieuw gekopieerd naar het apparaat.

1. Geef het scherm Instelling datum/tijd (Date/time setting) weer.
(1) Druk op de knop Instellingen (Setup).
(2) Selecteer Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op de knop OK.
(3) Selecteer Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) en druk op OK.
(4) Selecteer Instelling datum/tijd (Date/time setting) en druk op de knop OK.

2. Voer de datum en tijd in.
(1) Gebruik de knop of (A) om de cursor onder de gewenste positie te verplaatsen en gebruik vervolgens de knop of (B) om de datum en tijd in te voeren (in 24-uurs notatie).
Voer alleen de laatste twee cijfers van het jaar in.


REFERENCE
Als u de datum en tijd onjuist hebt ingevoerd, gebruikt u de knop of (A) om de cursor onder de gewenste positie te verplaatsen en gebruik vervolgens de knop

(2) Druk op de knop OK.


REFERENCE
  • Voor de datumweergave kunt u kiezen uit drie indelingen (Indeling datumweergave (Date display format)): JJJJ/MM/DD (YYYY/MM/DD), MM/DD/JJJJ (MM/DD/YYYY) of DD/MM/JJJJ (DD/MM/YYYY).

3. Druk op de knop FAXEN (FAX) om terug te keren naar het stand-byscherm van de fax.

Zomertijd instellen

In bepaalde landen wordt het zomertijdsysteem gebruikt. In dit systeem wordt de klok in bepaalde perioden van het jaar vooruitgezet.
U kunt dit apparaat zo instellen dat de tijd automatisch wordt gewijzigd. Hiervoor moet u de datum en tijd registreren waarop de zomertijd begint en eindigt.

IMPORTANT
De recentste informatie voor alle landen en regio's wordt niet standaard toegepast voor Instelling zomertijd (Summer time setting). U moet de standaardinstelling aanpassen aan de meest recente informatie voor uw land of regio.


REFERENCE
Deze instelling is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het land of de regio van aankoop.

1. Geef het scherm Instelling zomertijd (Summer time setting) weer.
(1) Druk op de knop Instellingen (Setup).
(2) Selecteer Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op de knop OK.
(3) Selecteer Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) en druk op OK.
(4) Selecteer Instelling zomertijd (Summer time setting) en druk op de knop OK.

2. Schakel zomertijd in.
(1) Selecteer AAN (ON) om zomertijd in te schakelen.

Als u zomertijd wilt uitschakelen, selecteert u UIT (OFF).
(2) Druk op de knop OK.

3. Stel de datum en tijd in waarop de zomertijd begint.
(1) Selecteer de maand, week en dag van de week wanneer de zomertijd begint.
Gebruik de knop of om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en gebruik de knop of om een optie te selecteren.

(2) Druk op de knop OK.
(3) Gebruik de knop of om de cursor onder de gewenste positie te verplaatsen en gebruik vervolgens de knop of om de tijd (in 24-uurs notatie) in te voeren waarop de zomertijd ingaat.
Plaats een nul voor enkele getallen.

(4) Druk op de knop OK.
De begindatum en -tijd van de zomertijd zijn nu ingesteld.

4. Stel de datum en tijd in waarop de zomertijd eindigt.
(1) Selecteer de maand, week en dag van de week wanneer de zomertijd eindigt.
Gebruik de knop of om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en gebruik de knop of om een optie te selecteren.

(2) Druk op de knop OK.
(3) Gebruik de knop of om de cursor onder de gewenste positie te verplaatsen en gebruik vervolgens de knop of om de tijd (in 24-uurs notatie) in te voeren waarop de zomertijd eindigt.
Plaats een nul voor enkele getallen.

(4) Druk op de knop OK.
De einddatum en -tijd van de zomertijd zijn nu ingesteld.

5. Druk op de knop FAXEN (FAX) om terug te keren naar het stand-byscherm van de fax.

Gebruikersinformatie registreren


IMPORTANT
Zorg ervoor dat u uw naam en uw fax-/telefoonnummer invoert in Toestelnaam (Unit name) en Toestelnummer (Unit TEL) in het scherm Gebruikersgegevens instellen (User information settings) (alleen in de VS).

1. Geef het scherm Gebruikersgegevens instellen (User information settings) weer.
(1) Druk op de knop Instellingen (Setup).
(2) Selecteer Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op de knop OK.
(3) Selecteer FAX-instellingen (FAX settings) en druk op OK.
(4) Selecteer Gebruikersinstellingen FAX (FAX user settings) en druk op OK.
(5) Selecteer Gebruikersgegevens instellen (User information settings) en druk op de knop OK.

2. Voer een toestelnaam in.
(1) Controleer of Toestelnaam (Unit name) is geselecteerd en druk op de knop OK.

Het invoer-/bewerkingsscherm wordt weergegeven.
(2) Voer de naam van het toestel in (maximaal 24 tekens inclusief spaties).


REFERENCE
  • Raadpleeg [ Cijfers, letters en symbolen invoeren ] voor meer informatie over het invoeren en verwijderen van tekens.

(3) Druk op de linkerknop Functie (Function) om Gereed (Done) te selecteren.
Het scherm Gebruikersgegevens instellen (User information settings) wordt opnieuw weergegeven.

3. Geef het fax- of telefoonnummer van het toestel op.
(1) Controleer of Toestelnummer (Unit TEL) is geselecteerd en druk op de knop OK.
Het invoer-/bewerkingsscherm wordt weergegeven.
(2) Voer het fax-/telefoonnummer van het toestel in (maximaal 20 cijfers, inclusief spaties).


REFERENCE
Raadpleeg [ Cijfers, letters en symbolen invoeren ] voor meer informatie over het invoeren en verwijderen van tekens.

(3) Druk op de linkerknop Functie (Function) om Gereed (Done) te selecteren.
Het scherm Gebruikersgegevens instellen (User information settings) wordt opnieuw weergegeven.
(4) Druk op de linkerknop Functie (Function) om Registreren (Register) te selecteren.
De instellingen worden als gebruikersgegevens toegepast.

4. Druk op de knop FAXEN (FAX) om terug te keren naar het stand-byscherm van de fax.

Cijfers, letters en symbolen invoeren

  • De invoermodus wijzigen

Het apparaat heeft drie invoermodi: voor hoofdletters, kleine letters en cijfers. Wanneer u op de middelste knop Functie (Function) (Aa1) drukt, wordt de invoermodus in de volgende volgorde gewijzigd: hoofdlettermodus, kleine-lettermodus en cijfermodus.

Hoofdlettermodus

Kleine-lettermodus

Cijfermodus


REFERENCE
  • Alleen de cijfers en symbolen die beschikbaar zijn voor elk invoerscherm, zoals het invoerscherm voor het fax-/telefoonnummer van het toestel of het invoerscherm voor het verkort kiezen van fax-/telefoonnummers, worden weergegeven.


(A) Invoerscherm voor het fax-/telefoonnummer van het toestel.
(B) Ander invoerscherm voor fax-/telefoonnummers

  • Cijfers, letters en symbolen invoeren

(1) Druk op de knop ,,,of om een teken te selecteren.


REFERENCE
Als u een spatie wilt invoeren, selecteert u Spatie (Space).

(2) Druk op de knop OK.

(3) Herhaal stap (1) en (2) om alle tekens in te voeren.


REFERENCE
Als u het laatste teken wilt verwijderen dat u hebt ingevoerd, drukt u op de rechterknop Functie (Function) om Teken verw. (Del. character) te selecteren.

(4) Nadat alle tekens zijn ingevoerd, drukt u op de linkerknop Functie (Function) om Gereed (Done) te selecteren.

  • Ingevoerde cijfers, letters en symbolen bewerken

Als u ingevoerde tekens wilt bewerken, drukt u op de knop of om de invoerkolom (A) te selecteren.

U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren.
- Een spatie invoegen
Druk op de knop of om de cursor te verplaatsen onder de positie waar u een spatie wilt invoegen. Druk op de knop ,, of om Spatie (Space) te selecteren en druk vervolgens op de knop OK. Er wordt een spatie ingevoegd.
- Een teken invoegen
Druk op de knop of om de cursor te verplaatsen onder de positie waar u een teken wilt invoegen. Druk op de knop , of om het gewenste teken te selecteren en druk vervolgens op de knop OK. Het teken wordt ingevoegd.
- Een teken verwijderen
Druk op de knop of om de cursor te verplaatsen onder het teken dat u wilt verwijderen en druk op de rechterknop Functie (Function) om Teken verw. (Del. character) te selecteren. Het teken wordt verwijderd. Als er zich geen teken bij de cursor bevindt en Teken verw. (Del. character) is geselecteerd, wordt het teken links van de cursor verwijderd (zoals bij Backspace).

Klik hier om alle desbetreffende modellen te zienKlik hier om de lijst met modellen waarop dit van toepassing is te sluiten

Hebt u in dit artikel het antwoord op uw vraag gevonden?