- Als u twee of meer vellen papier plaatst, moet u het papier uitwaaieren voordat u het papier plaatst.

- Als u twee of meer vellen papier plaatst, moet u de vellen precies op elkaar leggen voordat u het papier in de printer plaatst.
- Als u twee of meer vellen papier plaatst, moet u ervoor zorgen dat de stapel papier de maximumcapaciteit van het apparaat niet overschrijdt. Bij de maximumcapaciteit kan het papier mogelijk niet correct worden ingevoerd, afhankelijk van de papiersoort of de omgevingsomstandigheden (zeer hoge of lage temperaturen en luchtvochtigheid). Plaats in dergelijke gevallen per keer niet meer vellen dan de helft van de maximumcapaciteit.
- Plaats het papier in de achterste lade of in de cassette altijd in de lengterichting, ongeacht de afdrukrichting.
- Wanneer u het papier in de achterste lade laadt, plaatst u het papier met de afdrukzijde naar BOVEN en schuift u de papiergeleiders tegen de zijkanten van het papier.
- Wanneer u papier in de cassette plaatst, verschuift u de papiergeleider aan de voorzijde zodat deze is uitgelijnd met de bijbehorende markering voor papierformaat. Plaats het papier met de afdrukzijde OMLAAG, lijn de rechterrand van de papierstapel uit met de rechterrand van de cassette en verschuif de papiergeleider aan de linkerzijde zodat deze is uitgelijnd met de linkerzijde van de papierstapel.
Papierbronnen voor het laden van papier
Het apparaat heeft twee papierbronnen om papier in te voeren, een achterste lade en een cassette.
U kunt het papier, afhankelijk van het formaat en de soort, in één van de papierbronnen plaatsen. Papier wordt ingevoerd vanuit de cassette of de achterste lade, afhankelijk van het geselecteerde papierformaat of mediumtype.
Zie [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ].
REFERENCE- Selecteer tijdens het afdrukken het juiste paginaformaat en mediumtype. Als u het verkeerde papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de juiste afdrukkwaliteit.
- Als Autom. invoersch. (Auto feed switch) is ingesteld op AAN (ON) voor Instellingen voor faxpapier (FAX paper settings) van het scherm FAX-menu, schakelt het apparaat automatisch over naar een andere papierbron wanneer het papier in de papierbron voor gewoon papier op is, en worden de ontvangen faxen afgedrukt.
- Normaal papier in de cassette plaatsen
Wanneer u gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat gebruikt, plaatst u dit in de cassette.
Het apparaat voert het papier automatisch in vanuit de cassette wanneer u tijdens het afdrukken gewoon papier (van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat) selecteert in de afdrukinstellingen van het printerbesturingsbestand of het bedieningspaneel.

- Fotopapier / enveloppen plaatsen in de achterste lade
Wanneer u fotopapier gebruikt, plaatst u dit in de achterste lade.
Het apparaat voert het papier automatisch in vanuit de achterste lade wanneer u tijdens het afdrukken andere mediumtypen dan gewoon papier, zoals fotopapier, selecteert in de afdrukinstellingen van het printerbesturingsbestand of het bedieningspaneel.
Wanneer u gewoon papier met een ander formaat dan A4, B5, A5, of Letter gebruikt, plaatst u dit ook in de achterste lade.

Papier plaatsen in de cassette
U kunt alleen gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette plaatsen.
Plaats andere formaten of typen papier in de achterste lade.
Zie [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ].
REFERENCE
Advies voor afdrukken op gewoon papier
- Wij raden aan om origineel fotopapier van Canon te gebruiken voor het afdrukken van foto's. Zie [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ] voor meer informatie over papier van het merk Canon.
- U kunt normaal kopieerpapier gebruiken. Raadpleeg [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ] voor het paginaformaat en het papiergewicht dat u kunt gebruiken voor dit apparaat.
1. Bereid het papier voor.
Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.

REFERENCE- Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst. Als u dit niet doet, kan het papier vastlopen.
- Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar elkaar toe totdat het papier plat is.
Meer informatie over hoe u gekruld papier plat maakt, kunt u vinden in het gedeelte [
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen ].
2. Plaats papier.
(1) Sluit de papieruitvoerlade (D).

(2) Trek de cassette (E) naar buiten.

(3) Schuif de linkerpapiergeleider (F) naar de zijkant.

(4) Verschuif de voorste papiergeleider (G) om deze aan te passen aan het formaat van het papier.
De voorste papiergeleider klikt en stopt als deze bij het juiste merkteken voor de papiergrootte staat.

(5) Plaats gewoon papier.
Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden.

REFERENCE
Er kan enige ruimte zijn tussen de papiergeleider (G) en de papierstapel.
(6) Lijn het papier uit met de rechterkant van de cassette (1) en schuif de linkerpapiergeleider helemaal tegen de linkerrand van het papier (2).
Zorg dat de hoogte van de papierstapel de lijn (H) niet overschrijdt.

(7) Schuif de cassette langzaam in het apparaat totdat deze op zijn plaats klikt.

3. Open voorzichtig de papieruitvoerlade.
REFERENCE
Na het plaatsen van papier
- Als u het apparaat gebruikt om te kopiëren of af te drukken zonder computer, selecteert u het formaat en het geplaatste papiertype in Pg.form. (Page size) en Type op het scherm met afdrukinstellingen.
- Wanneer u afdrukt met een computer, selecteert u het formaat en type van het geplaatste papier in Papierformaat printer (Printer Paper Size) en Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma. Zie [ Afdrukken vanaf de computer ].
Papier plaatsen in de achterste lade
U kunt fotopapier of enveloppen in de achterste lade plaatsen.
IMPORTANT
Als u gewoon papier verkleint tot 10 x 15 cm / 4 x 6 inch, 101,6 x 203,2 mm / 4 x 8 inch, 13 x 18 cm / 5 x 7 inch of 55,0 x 91,0 mm / 2,16 x 3,58 inch (kaartformaat) voor een proefafdruk, kan het papier vastlopen.
1. Bereid het papier voor.
Zie stap 1 bij [ Papier plaatsen in de cassette ].
Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.
2. Plaats papier.
(1) Open de papiersteun, til deze omhoog en duw deze naar achteren.
(2) Open voorzichtig de papieruitvoerlade.

(3) Schuif de papiergeleiders (A) open en plaats het papier in het midden van de achterste lade MET DE AFDRUKZIJDE NAAR U TOE GERICHT.
(4) Schuif de papiergeleiders (A) tegen de zijkanten van de papierstapel aan.
Schuif de papiergeleiders niet te hard. Dan wordt het papier misschien niet goed ingevoerd.

IMPORTANT- Plaats het papier altijd in de lengterichting (B). Wanneer u het papier in de breedterichting plaatst (C), kan het papier vastlopen.

REFERENCE- Plaats het papier niet hoger dan de limietmarkering (D).

REFERENCE
Na het plaatsen van papier
- Als u het apparaat gebruikt om te kopiëren of af te drukken zonder computer, selecteert u het formaat en het geplaatste papiertype in Pg.form. (Page size) en Type op het scherm met afdrukinstellingen.
- Wanneer u afdrukt met een computer, selecteert u het formaat en type van het geplaatste papier in Papierformaat printer (Printer Paper Size) en Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma.
Zie [
Afdrukken vanaf de computer ].
Originelen plaatsen in de ADF
U kunt een document dat u wilt kopiëren, faxen of scannen in de ADF plaatsen.
REFERENCE- Als u een document met optimale kwaliteit wilt scannen, plaatst u het op de glasplaat.
1. Controleer of alle originelen zijn verwijderd van de glasplaat.
2. Plaats een document in de ADF.
(1) Open de documentlade.

(2) Duw het document in de documentlade tot u een piepgeluid hoort.
Plaats het document MET DE TE SCANNEN ZIJDE OMHOOG in de documentlade.
REFERENCE- Wanneer u het alarm op stil zet in Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) onder Apparaatinstellingen (Device settings), piept het alarm niet, zelfs als het document in de documentlade is geplaatst.
(3) Pas de documentgeleiders aan zodat de breedte hiervan overeenkomt met die van het document.
Schuif de documentgeleiders niet te hard. De documenten worden dan mogelijk niet goed ingevoerd.

REFERENCE- Wanneer u dubbelzijdige originelen scant, kunt u de instellingen voor uitvoer opgeven in Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) van Apparaatinstellingen (Device settings). U kunt selecteren of de pagina's in de juiste volgorde of in omgekeerde volgorde moeten worden uitgevoerd. Met de instelling voor de omgekeerde volgorde verloopt het scannen sneller.
Papier plaatsen
-> [ Controle 3: Herstel het gekrulde papier en plaats het papier opnieuw ]
Papierbronnen voor het laden van papier
Het apparaat heeft twee papierbronnen om papier in te voeren, een achterste lade en een cassette.
U kunt het papier, afhankelijk van het formaat en de soort, in één van de papierbronnen plaatsen. Papier wordt ingevoerd vanuit de cassette of de achterste lade, afhankelijk van het geselecteerde papierformaat of mediumtype.
Zie [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ].
REFERENCE- Selecteer tijdens het afdrukken het juiste paginaformaat en mediumtype. Als u het verkeerde papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de juiste afdrukkwaliteit.
- Als Autom. invoersch. (Auto feed switch) is ingesteld op AAN (ON) voor Instellingen voor faxpapier (FAX paper settings) van het scherm FAX-menu, schakelt het apparaat automatisch over naar een andere papierbron wanneer het papier in de papierbron voor gewoon papier op is, en worden de ontvangen faxen afgedrukt.
- Normaal papier in de cassette plaatsen
Wanneer u gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat gebruikt, plaatst u dit in de cassette.
Het apparaat voert het papier automatisch in vanuit de cassette wanneer u tijdens het afdrukken gewoon papier (van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat) selecteert in de afdrukinstellingen van het printerbesturingsbestand of het bedieningspaneel.

- Fotopapier / enveloppen plaatsen in de achterste lade
Wanneer u fotopapier gebruikt, plaatst u dit in de achterste lade.
Het apparaat voert het papier automatisch in vanuit de achterste lade wanneer u tijdens het afdrukken andere mediumtypen dan gewoon papier, zoals fotopapier, selecteert in de afdrukinstellingen van het printerbesturingsbestand of het bedieningspaneel.
Wanneer u gewoon papier met een ander formaat dan A4, B5, A5, of Letter gebruikt, plaatst u dit ook in de achterste lade.

Papier plaatsen in de cassette
U kunt alleen gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette plaatsen.
Plaats andere formaten of typen papier in de achterste lade.
Zie [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ].
REFERENCE
Advies voor afdrukken op gewoon papier
- Wij raden aan om origineel fotopapier van Canon te gebruiken voor het afdrukken van foto's. Zie [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ] voor meer informatie over papier van het merk Canon.
- U kunt normaal kopieerpapier gebruiken. Raadpleeg [ Mediumtypen die u kunt gebruiken ] voor het paginaformaat en het papiergewicht dat u kunt gebruiken voor dit apparaat.
1. Bereid het papier voor.
Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.

REFERENCE- Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst. Als u dit niet doet, kan het papier vastlopen.
- Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar elkaar toe totdat het papier plat is.
Meer informatie over hoe u gekruld papier plat maakt, kunt u vinden in het gedeelte [
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen ].
2. Plaats papier.
(1) Sluit de papieruitvoerlade (D).

(2) Trek de cassette (E) naar buiten.

(3) Schuif de linkerpapiergeleider (F) naar de zijkant.

(4) Verschuif de voorste papiergeleider (G) om deze aan te passen aan het formaat van het papier.
De voorste papiergeleider klikt en stopt als deze bij het juiste merkteken voor de papiergrootte staat.

(5) Plaats gewoon papier.
Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden.

REFERENCE
Er kan enige ruimte zijn tussen de papiergeleider (G) en de papierstapel.
(6) Lijn het papier uit met de rechterkant van de cassette (1) en schuif de linkerpapiergeleider helemaal tegen de linkerrand van het papier (2).
Zorg dat de hoogte van de papierstapel de lijn (H) niet overschrijdt.

(7) Schuif de cassette langzaam in het apparaat totdat deze op zijn plaats klikt.

3. Open voorzichtig de papieruitvoerlade.
REFERENCE
Na het plaatsen van papier
- Als u het apparaat gebruikt om te kopiëren of af te drukken zonder computer, selecteert u het formaat en het geplaatste papiertype in Pg.form. (Page size) en Type op het scherm met afdrukinstellingen.
- Wanneer u afdrukt met een computer, selecteert u het formaat en type van het geplaatste papier in Papierformaat printer (Printer Paper Size) en Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma. Zie [ Afdrukken vanaf de computer ].
Papier plaatsen in de achterste lade
U kunt fotopapier of enveloppen in de achterste lade plaatsen.
IMPORTANT
Als u gewoon papier verkleint tot 10 x 15 cm / 4 x 6 inch, 101,6 x 203,2 mm / 4 x 8 inch, 13 x 18 cm / 5 x 7 inch of 55,0 x 91,0 mm / 2,16 x 3,58 inch (kaartformaat) voor een proefafdruk, kan het papier vastlopen.
1. Bereid het papier voor.
Zie stap 1 bij [ Papier plaatsen in de cassette ].
Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.
2. Plaats papier.
(1) Open de papiersteun, til deze omhoog en duw deze naar achteren.
(2) Open voorzichtig de papieruitvoerlade.

(3) Schuif de papiergeleiders (A) open en plaats het papier in het midden van de achterste lade MET DE AFDRUKZIJDE NAAR U TOE GERICHT.
(4) Schuif de papiergeleiders (A) tegen de zijkanten van de papierstapel aan.
Schuif de papiergeleiders niet te hard. Dan wordt het papier misschien niet goed ingevoerd.

IMPORTANT- Plaats het papier altijd in de lengterichting (B). Wanneer u het papier in de breedterichting plaatst (C), kan het papier vastlopen.

REFERENCE- Plaats het papier niet hoger dan de limietmarkering (D).

REFERENCE
Na het plaatsen van papier
- Als u het apparaat gebruikt om te kopiëren of af te drukken zonder computer, selecteert u het formaat en het geplaatste papiertype in Pg.form. (Page size) en Type op het scherm met afdrukinstellingen.
- Wanneer u afdrukt met een computer, selecteert u het formaat en type van het geplaatste papier in Papierformaat printer (Printer Paper Size) en Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma.
Zie [
Afdrukken vanaf de computer ].
Originelen plaatsen in de ADF
U kunt een document dat u wilt kopiëren, faxen of scannen in de ADF plaatsen.
REFERENCE- Als u een document met optimale kwaliteit wilt scannen, plaatst u het op de glasplaat.
1. Controleer of alle originelen zijn verwijderd van de glasplaat.
2. Plaats een document in de ADF.
(1) Open de documentlade.

(2) Duw het document in de documentlade tot u een piepgeluid hoort.
Plaats het document MET DE TE SCANNEN ZIJDE OMHOOG in de documentlade.
REFERENCE- Wanneer u het alarm op stil zet in Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) onder Apparaatinstellingen (Device settings), piept het alarm niet, zelfs als het document in de documentlade is geplaatst.
(3) Pas de documentgeleiders aan zodat de breedte hiervan overeenkomt met die van het document.
Schuif de documentgeleiders niet te hard. De documenten worden dan mogelijk niet goed ingevoerd.

REFERENCE- Wanneer u dubbelzijdige originelen scant, kunt u de instellingen voor uitvoer opgeven in Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) van Apparaatinstellingen (Device settings). U kunt selecteren of de pagina's in de juiste volgorde of in omgekeerde volgorde moeten worden uitgevoerd. Met de instelling voor de omgekeerde volgorde verloopt het scannen sneller.
Papier plaatsen
De onderstaande soorten papier mogen niet worden gebruikt. Het gebruik van dergelijke papiersoorten levert niet alleen een onbevredigend resultaat op, maar kan ook leiden tot vastlopen of slecht functioneren van het apparaat.
- Gevouwen, gekruld of gekreukt papier
- Vochtig papier
- Papier dat te dun is (dat minder weegt dan 64 g/m2)
- Papier dat te dik is (dat meer weegt dan 105 g/m2, behalve Canon-papier)
- Papier dat dunner is dan een briefkaart, inclusief gewoon papier of papier van een notitieblok dat kleiner is gemaakt (wanneer u afdrukt op papier dat kleiner is dan A5)
- Briefkaarten
- Kaarten waarop foto's of stickers zijn geplakt
- Enveloppen met een dubbele (of zelfklevende) klep
- Enveloppen met een reliëf of een behandeld oppervlak
- Enveloppen waarvan de lijmkleppen al vochtig zijn gemaakt en plakken
- Willekeurig papier met gaatjes
- Papier dat niet rechthoekig is
- Papier dat is ingebonden met nietjes of lijm
- Voorgelijmd papier
- Papier versierd met glitters, enzovoort
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Raadpleeg [ Enveloppen plaatsen ] wanneer u enveloppen afdrukt en bereid de enveloppen voor voordat u begint met afdrukken.
Plaats de enveloppen nadat u deze hebt voorbereid in de lengterichting in de printer. Als u de enveloppen in de breedterichting plaatst, worden ze niet goed ingevoerd.
* Als u de instellingen van de papierbron niet hebt aangepast nadat u dit apparaat hebt aangeschaft, is de cassette de papierbron voor normaal papier.
- Instellen met het bedieningspaneel op het apparaat:
-> De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
- Instellen via het printerbesturingsbestand:
-> Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
- Voor meer informatie over de papierbron voor normaal papier als de Papierbron (Paper Source) op de printer is ingesteld op Automatisch selecteren (Automatically Select):
-> De papierbron instellen voor normaal papier

Zie [ Papierstoringen ] om het papier te verwijderen als het papier in de achterste lade scheurt.
Als er vreemde voorwerpen in de achterste lade zitten, zet u het apparaat uit, haalt u de stekker uit het stopcontact en verwijdert u het voorwerp.

NOTE- Het reinigen van de papierinvoerrol veroorzaakt slijtage van de rol. Reinig de rol daarom alleen als dat nodig is.
De papierinvoerrol reinigen
Als de papierinvoerrol vies is of er papierstof op ligt, wordt het papier mogelijk niet goed ingevoerd.
Reinig in dat geval de papierinvoerrol. Als u de papierinvoerrol reinigt, slijt deze. Reinig de rol daarom alleen als dat nodig is.
U moet het volgende voorbereiden: drie vellen gewoon papier van A4- of Letter-formaat
1. Controleer of het apparaat aan staat.
2. Open voorzichtig de papieruitvoerlade.
3. Selecteer Reiniging rollen (Roller cleaning).
(1) Druk op de knop Instellingen (Setup).
Het scherm Instellingenmenu (Setup menu) wordt weergegeven.
(2) Selecteer Onderhoud (Maintenance)
en druk op OK.
Het scherm Onderhoud (Maintenance) wordt weergegeven.
(3) Selecteer Reiniging rollen (Roller cleaning) en druk op OK.

Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
(4) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
(5) Selecteer de papierbron die u wilt reinigen (Achterste lade (Rear tray) of Cassette) en druk op OK.
4. Reinig de papierinvoerrol zonder papier.
(1) Volg de aanwijzingen in het bericht om het papier te verwijderen uit de papierbron die u hebt geselecteerd bij (5) in stap 3.
(2) Druk op de knop OK.
Tijdens het reinigen draait de papierinvoerrol enkele malen rond.
5. Reinig de papierinvoerrol met papier.
(1) Controleer of de papierinvoerrol gestopt is met draaien en volg de aanwijzingen in het bericht om drie of meer vellen gewoon papier van A4- of Letter-formaat te plaatsen in de papierbron die u hebt geselecteerd bij (5) in stap 3.
(2) Druk op de knop OK.
Het apparaat begint met de reiniging. Het reinigen is voltooid als het papier wordt uitgeworpen.
(3) Wanneer het voltooiingsbericht wordt weergegeven, drukt u op de knop OK.
Het scherm Onderhoud (Maintenance) wordt opnieuw weergegeven.
REFERENCE- Als u andere beschikbare functies wilt gebruiken, drukt u op de overeenkomstige modusknop.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met het ondersteuningscentrum.
De papierinvoerrol reinigen
Zie [ Het cassettekussentje reinigen ] voor meer informatie over het reinigen van de binnenkant van de cassette.
Er kan papier vastlopen als de achterste klep niet volledig is gesloten. Druk op de achterste klep tot deze volledig is gesloten.