MF-stuurprogramma's en MF Toolbox installeren
IMPORTANT
- Gebruikersrechten voor aanmelden bij Windows
Meld u aan op uw computer met beheerdersrechten.
- Installeren via een netwerkverbinding
Controleer het volgende voordat u de MF-stuurprogramma's installeert.
Controleer het volgende, voordat u met de installatie begint.
- De computer en het apparaat zijn aangesloten via het netwerk.
- De machine is ingeschakeld.
- De zijn correct ingesteld.
* Wanneer u in een IPv6-omgeving werkt, is het mogelijk dat u de onderstaande installatieprocedure niet kunt gebruiken om de MF-stuurprogramma's te installeren.
* Let op, u kunt de scanfuncties niet gebruiken in een IPv6-omgeving.
Er zijn twee manieren op de stuurprogramma's te installeren. U kunt kiezen tussen [Easy Installation] (Eenvoudige installatie) en [Custom Installation] (Aangepaste installatie).
Kies [Easy Installation] (Eenvoudige installatie) voor een snelle en eenvoudige installatie. Kies [Custom Installation] (Aangepaste installatie) om de volgende toepassing en handleiding te installeren.
- Presto! PageManager
- e-Handleiding
Installeren met [Easy Installation] (Eenvoudige installatie)
1. Plaats de cd met gebruikerssoftware in de sleuf op uw computer.
2. Klik op [Easy Installation] (Eenvoudige installatie).
NOTE
- Wanneer het bovenstaande scherm niet verschijnt, voert u de volgende bewerkingen uit.
* De naam van het cd-romstation wordt in deze handleiding aangegeven als "D:". De stationsnaam van de cd-rom kan verschillen afhankelijk van de computer die u gebruikt.
- Windows 2000/XP/Server 2003
1. Selecteer vanuit het menu [Start] (of [start]) de optie [Run] (Uitvoeren).
2. Voer "D:\Minst.exe" in en klik vervolgens op [OK].
- Windows Vista/7/Server 2008
1. Voer "D:\Minst.exe" in bij [Search programs and files] (Zoeken in programma's en bestanden) (of [Start Search] (Zoekopdracht starten)) in het menu [Start].
2. Druk op de toets [Enter] op het toetsenbord.
- Als een scherm voor taalselectie wordt weergegeven voordat het installatiescherm van de cd-rom verschijnt, selecteert u de taal en klikt u op [Next] (Volgende).
3. Wanneer het volgende scherm verschijnt, moet u het aansluitingstype selecteren.
Klik op [Next] (Volgende) bij [Connect Printer to Computer via Network] (Printer aansluiten op de computer via een netwerk).
4. Klik op [Install] (Installeren).
5. Lees de licentieovereenkomst en klik op [Yes] (Ja).
6. Klik op [Next] (Volgende).
Het volgende scherm wordt weergegeven. Klik op [Yes] (Ja).
7. Selecteer het apparaat dat u wilt installeren.
(1) Selecteer het apparaat.
(2) Klik op [Next] (Volgende).
NOTE
- Als er geen apparaten worden weergegeven in [Device List] (Apparatenlijst), probeert u de volgende procedure.
1. Controleer het volgende.
- De computer en het apparaat zijn aangesloten via het netwerk.
- De machine is ingeschakeld.
- Het IP-adres is juist ingesteld.
- De computer en de machine bevinden zich in hetzelfde subnet.
- De beveiligingssoftware is uitgeschakeld.
2. Klik op [Update Device List] (Apparatenlijst bijwerken).
- Probeer de volgende procedure indien het probleem aanhoudt.
1. Klik op [Search by IP Address] (Zoeken op IP-adres).
2. Voer het IP-adres van de machine in.
* Indien het IP-adres van de machine is ingesteld tussen"169.254.1.0 en 169.254.254.255", betekent dat dat het IP-adres automatisch aan de machine wordt toegewezen in de automatische configuratieprocedure.
Wanneer het IP-adres geen Link-lokaal adres is, moet u uw computer en de machine op hetzelfde subnet instellen.
Zo kan het installatieprogramma de machine zoeken.

3. Klik op [OK].
8. Klik op [Start] om met de installatie te beginnen.
9. Klik op [Exit] (Afsluiten).
NOTE
Ga door met de stappen in de onderstaande procedure om de installatie van MF Toolbox te starten.
* MF Toolbox kan niet worden geïnstalleerd op computers met Windows 2000 Server/Server 2003/Server 2008. De installatie wordt overgeslagen en er wordt doorgegaan naar stap 12.
10. Klik op [Start].
11. Klik op [Exit] (Afsluiten).
12. Controleer of de toepassingen geselecteerd zijn [
] bij [Install] (Installeren) en klik op [Next] (Volgende).
13. Start de computer opnieuw op.
(1) Schakel het selectievakje [Restart Computer Now (Recommended)] (Computer nu opnieuw opstarten (aanbevolen)) in.
(2) Klik op [Restart] (Opnieuw opstarten).
* De cd-rom kan worden verwijderd wanneer dit scherm wordt weergegeven.
NOTE
Controleer de installatieresultaten.
Installeren met [Custom Installation] (Aangepaste installatie)
1. Plaats de cd met gebruikerssoftware in de sleuf op uw computer.
2. Klik op [Custom Installation] (Aangepaste installatie).
NOTE
- Wanneer het bovenstaande scherm niet verschijnt, voert u de volgende bewerkingen uit.
* De naam van het cd-romstation wordt in deze handleiding aangegeven als "D:". De stationsnaam van de cd-rom kan verschillen afhankelijk van de computer die u gebruikt.
- Windows 2000/XP/Server 2003
1. Selecteer vanuit het menu [Start] (of [start]) de optie [Run] (Uitvoeren).
2. Voer "D:\Minst.exe" in en klik vervolgens op [OK].
- Windows Vista/7/Server 2008
1. Voer "D:\Minst.exe" in bij [Search programs and files] (Zoeken in programma's en bestanden) (of [Start Search] (Zoekopdracht starten)) in het menu [Start].
2. Druk op de toets [Enter] op het toetsenbord.
- Als een scherm voor taalselectie wordt weergegeven voordat het installatiescherm van de cd-rom verschijnt, selecteert u de taal en klikt u op [Next] (Volgende).
3. Wanneer het volgende scherm verschijnt, moet u het aansluitingstype selecteren.
Klik op [Next] (Volgende) bij [Connect Printer to Computer via Network] (Printer aansluiten op de computer via een netwerk).
4. Selecteer het selectievakje naast de toepassing die u wilt installeren en klik op [Install] (Installeren).
5. Lees de licentieovereenkomst en klik op [Yes] (Ja).
6. Klik op [Next] (Volgende).
Het volgende scherm wordt weergegeven. Klik op [Yes] (Ja).
7. Selecteer het apparaat dat u wilt installeren.
(1) Selecteer het apparaat.
(2) Klik op [Next] (Volgende).
NOTE
- Als er geen apparaten worden weergegeven in [Device List] (Apparatenlijst), probeert u de volgende procedure.
1. Controleer het volgende.
- De computer en het apparaat zijn aangesloten via het netwerk.
- De machine is ingeschakeld.
- Het IP-adres is juist ingesteld.
- De computer en de machine bevinden zich in hetzelfde subnet.
- De beveiligingssoftware is uitgeschakeld.
2. Klik op [Update Device List] (Apparatenlijst bijwerken).
- Probeer de volgende procedure indien het probleem aanhoudt.
1. Klik op [Search by IP Address] (Zoeken op IP-adres).
2. Voer het IP-adres van de machine in.
* Indien het IP-adres van het apparaat is ingesteld tussen"169.254.1.0 en 169.254.254.255", betekent dat dat het IP-adres automatisch aan de machine wordt toegewezen in de automatische configuratieprocedure.
Wanneer het IP-adres geen Link-lokaal adres is, moet u uw computer en de machine op hetzelfde subnet instellen.
Zo kan het installatieprogramma de machine zoeken.

3. Klik op [OK].
8. Selecteer het te installeren stuurprogramma.
(1) Selecteer het stuurprogramma dat u wilt installeren.
(2) Klik op [Next] (Volgende).
| [Printer] |
Installeren om de afdrukfuncties te gebruiken. |
| [Fax (for Supported Models)] (Fax (voor ondersteunde modellen)) |
Installeren om de faxfuncties op uw computer te gebruiken. (Zodra u het printerstuurprogramma op uw computer hebt geïnstalleerd, kunt u uw document- of afbeeldingsbestanden rechtstreeks vanaf uw computer naar een faxapparaat verzenden.) |
| [Scanner] |
Installeren om de scanfuncties te gebruiken. |
| [Canon Driver Information Assist Service] |
Selecteer dit wanneer u de computer waarop het printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd, gebruikt als afdrukserver van de gedeelde printeromgeving. Door deze installatie kan de specifieke informatie over de beeldkwaliteit correct naar de client-computer worden verzonden en wordt ook het afdelingsbeheer beschikbaar. |
9. Stel de printer- of faxgegevens in.
(1) Voer de juiste informatie in.
(2) Klik op [Next] (Volgende).
Printergegevens*1

Faxgegevens*2

*1 Wordt weergegeven als u [Printer] hebt geselecteerd in stap 8.
*2 Wordt weergegeven als u in stap 8 [Fax (for Supported Models)] (Fax (voor ondersteunde modellen)) hebt geselecteerd.
| [Printer Name] (Printernaam) |
Voer een andere naam in om de standaardnaam te wijzigen. |
| [Fax Name] (Naam faxapparaat) |
| [Use as Shared Printer] (Gebruiken als gedeelde printer) |
Selecteer het selectievakje om de printer of fax als een gedeelde printer of fax te gebruiken. |
| [Use as Shared Fax] (Gebruiken als gedeelde fax) |
| [Shared Name] (Gedeelde naam) |
Geef de gedeelde naam op. |
NOTE
Wanneer het selectievakje [Use as Shared Printer] (Gebruiken als gedeelde printer) of [Use as Shared Fax] (Gebruiken als gedeelde fax) geselecteerd is, volgt u de stappen in de onderstaande procedure om het stuurprogramma te installeren dat bijkomend nodig is.
1. Klik op [Drivers to Add] (Toe te voegen stuurprogramma's).
2. Selecteer het besturingssysteem dat wordt weergeven in [Drivers to Add] (Toe te voegen stuurprogramma's).

3. Klik op [OK].
* Wanneer u een 64-bits besturingssysteem op uw computer gebruikt, kan het stuurprogramma niet van het netwerk worden gedownload op computers die de volgende 32-bits besturingssystemen gebruiken.
- Windows 2000
- Windows XP (zonder dat servicepacks of SP1 zijn geïnstalleerd)
- Windows Server 2003 (zonder dat servicepacks zijn geïnstalleerd)
Als u de software downloadt en installeert op een van de bovengenoemde 32-bits besturingssystemen kunt u de software mogelijk niet installeren en kunt u het dialoogvenster voor afdrukvoorkeuren mogelijk niet openen.
* Wanneer u een van de volgende 32-bits besturingssystemen op uw computer gebruikt, kan het stuurprogramma niet van het netwerk worden gedownload op computers die 64-bits besturingssystemen gebruiken.
- Windows 2000
- Windows XP (zonder dat servicepacks of SP1 zijn geïnstalleerd)
- Windows Server 2003 (zonder dat servicepacks zijn geïnstalleerd)
10. Klik op [Start] om met de installatie te beginnen.
11. Selecteer de printer die u het vaakst gebruikt.
(1) Selecteer de printer die u het vaakst gebruikt.
(2) Klik op [Next] (Volgende).
* Dit scherm wordt alleen weergegeven wanneer u het printer- en faxstuurprogramma installeert.
12. Selecteer of u een testpagina wilt afdrukken.
(1) Schakel het selectievakje in als u een testpagina wilt afdrukken.
(2) Klik op [Next] (Volgende).
* Dit scherm wordt alleen weergegeven wanneer u het printerstuurprogramma installeert.
13. Klik op [Exit] (Afsluiten).
NOTE
Ga door met de stappen in de onderstaande procedure om de installatie van MF Toolbox te starten.
* MF Toolbox kan niet worden geïnstalleerd op computers met Windows 2000 Server/Server 2003/Server 2008 of indien het selectievakje [MF Toolbox] werd gewist in stap 4. De installatie wordt overgeslagen en er wordt doorgegaan naar stap 16.
14. Klik op [Next] (Volgende).
De schermen verschijnen na elkaar om aan te duiden waar MF Toolbox moet worden geïnstalleerd en hoe u het aan het startmenu moet toevoegen. Klik op [Next] (Volgende) nadat u uw selecties hebt gemaakt.
Klik vervolgens op [Start] in het weergegeven scherm.
15. Klik op [Exit] (Afsluiten).
NOTE
De toepassingen waarvan de selectievakjes in stap 4 werden geselecteerd, worden geïnstalleerd.
Volg de aanwijzingen op het scherm.
16. Controleer of de toepassingen geselecteerd zijn [
] bij [Install] (Installeren) en klik op [Next] (Volgende).
17. Start de computer opnieuw op.
(1) Schakel het selectievakje [Restart Computer Now (Recommended)] (Computer nu opnieuw opstarten (aanbevolen)) in.
(2) Klik op [Restart] (Opnieuw opstarten).
* De cd-rom kan worden verwijderd wanneer dit scherm wordt weergegeven.
NOTE
Controleer de installatieresultaten.
De installatieresultaten controleren
Controleer of de MF-stuurprogramma's, MF Toolbox en de e-Handleiding juist geïnstalleerd zijn.
Controleer of de volgende pictogrammen voor de geïnstalleerde toepassingen worden weergegeven.
| Software |
Locatie |
Pictogram |
| Printerstuurprogramma |
Map [Devices and Printers] (Apparaten en printers)
•Windows 2000: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Settings] (Instellingen) -> [Printers].
•Windows XP Professional/Server 2003: Selecteer vanuit het menu [Start] (of [start]) de optie [Printers and Faxes] (Printers en faxapparaten).
•Windows XP Home Edition: Selecteer vanuit het menu [start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) -> [Printers and Other Hardware] (Printers en andere hardware) -> [Printers and Faxes] (Printers en faxapparaten).
•Windows Vista: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) -> [Printers].
•Windows 7/Server 2008 R2: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Devices and Printers] (Apparaten en printers).
•Windows Server 2008: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) en dubbelklik vervolgens op [Printers].
|
|
| Faxstuurprogramma |
Map [Devices and Printers] (Apparaten en printers)
•Windows 2000: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Settings] (Instellingen) -> [Printers].
•Windows XP Professional/Server 2003: Selecteer vanuit het menu [Start] (of [start]) de optie [Printers and Faxes] (Printers en faxapparaten).
•Windows XP Home Edition: Selecteer vanuit het menu [start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) -> [Printers and Other Hardware] (Printers en andere hardware) -> [Printers and Faxes] (Printers en faxapparaten).
•Windows Vista: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) -> [Printers].
•Windows 7/Server 2008 R2: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Devices and Printers] (Apparaten en printers).
•Windows Server 2008: Selecteer vanuit het menu [Start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) en dubbelklik vervolgens op [Printers].
|
|
| Scannerstuurprogramma |
De map [Scanners and Cameras] (Scanners en camera's) of [Scanners and Cameras Properties] (Eigenschappen van scanners en camera's)
•Windows 2000: Selecteer vanuit het menu [Start] -> [Control Panel] (Configuratiescherm) en dubbelklik vervolgens op [Scanners and Cameras] (Scanners en camera's).
•Windows XP: Selecteer vanuit het menu [start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) -> [Printers and Other Hardware] (Printers en andere hardware) -> [Scanners and Cameras] (Scanners en camera's).
•Windows Vista: Selecteer vanuit het menu [start] de optie [Control Panel] (Configuratiescherm) -> [Hardware and Sound] (Hardware en geluiden) -> [Scanners and Cameras] (Scanners en camera's).
•Windows 7: Voer onder het [Start]-menu "scanner" in bij [Search programs and files] (Zoeken in programma's en bestanden) en klik vervolgens op [View scanners and cameras] (Scanners en camera's weergeven).
|
|
| MF Toolbox |
Bureaublad
|
|
| Network Scan Utility |
Taakbalk
|
|