Er zijn twee typen formattering, algemene formattering en low-level-formattering.
In de volgende gevallen wordt aanbevolen uw geheugenkaart met uw camera te formatteren.
- Wanneer u een nieuwe geheugenkaart gebruikt
- Wanneer u een geheugenkaart gebruikt die met een andere camera of computer is geformatteerd
Als een van de volgende problemen zich voordoet, kunt u het desbetreffende probleem mogelijk oplossen door middel van low-level-formattering.
- Het bericht [Memory card error/Geheugenkaartfout] verschijnt.
- De opnamen worden trager naar de kaart geschreven of van de kaart gelezen.
- De filmopnamen stoppen halverwege.
- De camera werkt niet goed.
BELANGRIJK- De positie en de vorm van de bedieningsknoppen, de weergegeven schermen en de instellingsitems zijn afhankelijk van het model.
- Als u een geheugenkaart formatteert (initialiseert), worden alle geheugens op de kaart gewist. Kopieer de gegevens van de geheugenkaart naar een computer of een ander apparaat voordat u de kaart formatteert.
- Als u de geheugenkaart formatteert of wist, wordt de bestandsbeheerinformatie op de kaart gewijzigd, maar wordt de inhoud waarschijnlijk niet volledig verwijderd. Ga voorzichtig te werk wanneer u een geheugenkaart uitwisselt of weggooit. Tref voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat persoonlijke gegevens worden verspreid. Vernietig bijvoorbeeld de kaart wanneer u deze weggooit.
- In geval van Eye-Fi-kaarten dient u de kaartsoftware op uw computer te installeren voordat u de kaart initialiseert.
OPMERKING- In het formatteringsscherm kan een andere totale capaciteit van de geheugenkaart worden weergegeven dan op de kaart zelf is vermeld.
1. Druk op de <aan-uitknop> op de camera.
2. Druk op de knop <MENU> (
).
3. Het volgende scherm verschijnt op het LCD-scherm.

Gebruik de <navigatietoetsen> naar links of naar rechts om
het tabblad [Set up/Instellen] (
) te selecteren.
Gebruik de <navigatietoetsen> omhoog of omlaag om
[Format/Formatteren] te selecteren.
Maak een selectie en druk op de knop <FUNC./SET> (FUNCTIE/INSTELLEN) (
).
4. Het volgende scherm wordt weergegeven.

Gebruik de <navigatietoetsen> naar links of naar rechts om [OK] te selecteren.
Maak een selectie en druk op de knop <FUNC./SET> (FUNCTIE/INSTELLEN) (
).
OPMERKING- U kunt het beste een low-level-formattering uitvoeren wanneer de opname-/leessnelheid van een geheugenkaart volgens u is afgenomen en wanneer u de gegevens volledig wilt wissen.
- Wanneer u de low-level-formattering uitvoert, selecteert u [Low Level Format/Formattering op laag niveau] en gebruikt u de <navigatietoetsen> naar links of naar rechts om de markering (
) weer te geven. - Een low-level-formattering kan langer duren dan een standaardformattering omdat alle opgeslagen gegevens worden gewist.
5. Het volgende scherm wordt weergegeven.

Gebruik de <navigatietoetsen> omhoog of omlaag om [OK] te selecteren.
Maak een selectie en druk op de knop <FUNC./SET> (FUNCTIE/INSTELLEN) (
).
6. Het volgende scherm wordt weergegeven en de geheugenkaart wordt geformatteerd (geïnitialiseerd).

7. Het volgende scherm wordt weergegeven.

Druk op de knop <FUNC./SET> (Functie/Instellen) (
).
8. Wanneer de formattering is voltooid, wordt het volgende scherm weergegeven.
