FLITSER

Invulflitser

Of je nu een ingebouwde flitser gebruikt of een Speedlite, een flitser kan opnamen bij daglicht compleet veranderen.
Het klinkt misschien vreemd om bij daglicht een flitser te gebruiken, maar het is een van de handigste technieken die een fotograaf heeft en het kan portretfoto's spectaculair verbeteren. Flitsen bij daglicht wordt vaak invulflitslicht genoemd, omdat het licht toevoegt aan gebieden die in de schaduw liggen en de details van je onderwerp laat uitkomen.

Volledig automatisch

Als je camera een ingebouwde flitser heeft, is het ongelooflijk gemakkelijk om invulflitslicht toe te voegen. Je stelt gewoon de volledig automatische Scene Intelligent Auto-modus in ('groen vierkantje') en klapt de flitskop uit. Wanneer je dan de opname maakt, zorgt de camera ervoor dat er exact voldoende flitslicht wordt gebruikt voor een perfecte foto.

Het werkt zo. Je camera verdeelt de scène in de zoeker in een aantal zones en verricht een aparte meting vanuit elke zone. Als de meting vanuit het midden van het frame het sterkste is, of als er weinig verschil is tussen de verschillende metingen, dan blijft de flitser inactief. Maar als de meting in het midden zwakker is dan de omringende metingen, neemt de camera aan dat het onderwerp tegenlicht heeft en gebruikt de flitser.
Een jonge vrouw zit aan een tafel, met achter haar een raam, zodat haar gezicht in de schaduw is.

Als je opnamen maakt met de zon achter je onderwerpen, knipperen ze niet met hun ogen en wordt het haar rondom aantrekkelijk verlicht, waardoor het onderwerp meer opvalt. Maar zonder flitser blijft het gezicht in de schaduw.

Een jonge vrouw zit aan een tafel, met achter haar een raam, maar met invulflitsen blijft haar gezicht niet in de schaduw.

Met invulflitsen wordt het gebied in de schaduw verlicht, terwijl de randverlichting behouden blijft. Het is de ideale oplossing wanneer je onderwerpen niet kunt verplaatsen of wilt voorkomen dat ze met hun ogen knipperen omdat ze tegen de zon in kijken.

Natuurlijk werkt het systeem niet perfect. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij het centrale onderwerp donker is, maar waar invulflitsen niet de juiste methode is. In dat geval kun je een andere modus kiezen, zodat de automatische invulflitsfunctie wordt uitgeschakeld.

Maar het is beter om het anders te doen. In plaats van de volledig automatische modus te activeren en invulflitsen uit te schakelen wanneer je dit niet nodig hebt, kun je ook eenvoudigweg de functie inschakelen als je deze wel nodig hebt. Situaties waarin invulflitsen handig is, herken je gemakkelijk. En flitsen wanneer je dat wilt, is heel eenvoudig.

Het doel van invulflitsen is om de sensor de juiste belichting te geven voor daglicht en voldoende flitsvermogen om de details in de schaduwen van het onderwerp duidelijk uit te laten komen. Met te weinig flitslicht blijven de schaduwen donker, terwijl bij te veel flitslicht de foto gekunsteld lijkt. In het verleden waren metingen en berekeningen nodig om met invulflitsen goede foto's te maken. Tegenwoordig doet je EOS-camera al het werk voor je. Het is gewoon een kwestie van de geschikte opnamemodus instellen (straks meer hierover) en de camera bepaalt de juiste instelling voor sluitertijd of diafragma om met flitslicht een uitgebalanceerde foto bij daglicht te maken.

Ingebouwde flitser

Ingebouwde flitsers zijn reuze handig, maar ze hebben niet veel vermogen. In het beste geval is het richtgetal 12 (ISO 100, meter). Als je het richtgetal deelt door het diafragma dat voor de camerabelichting wordt gebruikt, krijg je de maximale afstand tot je onderwerp of het 'bereik' van de flitser. Dus als je opnamen maakt met bijvoorbeeld een diafragma van f/5.6, mag het onderwerp dat je wilt bereiken met invulflitsen niet meer dan twee meter van je verwijderd zijn bij een instelling van ISO 100.

Op voorwaarde dat het onderwerp niet te ver weg is, voldoet de ingebouwde flitser op veel EOS-camera's perfect voor foto's met invulflitslicht. De flitser bevindt zich dicht bij het cameraobjectief, waardoor geen schaduwen over het onderwerp vallen en er dus ook geen conflict optreedt met de schaduwen die de zon veroorzaakt.
Een Canon EOS 90D-camera met de ingebouwde flitser uitgeklapt.

Op de Canon EOS 90D vind je de flitsknop aan de voorkant, linksboven (links voor de gebruiker). Met een druk op de knop klap je de ingebouwde flitser in alle modi uit. Wanneer de flitser is uitgeklapt, druk je opnieuw op de knop om de instellingen van het flitsermenu te openen.

Een Canon EOS 90D-camera met een Speedlite 470EX-AI in de flitsschoen.

Met een Speedlite heb je een groter flitsbereik en als je deze flitser in de flitsschoen plaatst, wordt de ingebouwde flitser uitgeschakeld.

Bij gebruik van de ingebouwde flitser voor invulflitsen volg je deze drie stappen:
  1. Klap de ingebouwde flitskop uit. Veel EOS-camera's hebben een knopje met een bliksemschichtpijltje dicht bij de ingebouwde flitser. Druk op dit knopje en de flitskop wordt uitgeklapt. Als er geen knopje is, klap je de flitser met de hand uit.
  2. Stel de opnamemodus in op Diafragmavoorkeuze (Av). Stel het diafragma in op f/5.6 of op f/8. Controleer of de sluitersnelheid in de zoeker niet knippert (als dit wel zo is, pas dan de diafragmainstelling aan totdat de snelheidswaarde stabiel is).
  3. Kader je onderwerp en druk op de ontspanknop. In de meeste gevallen neemt de camera automatisch een goed belichte foto, waarbij daglicht en flitslicht in balans zijn. Wanneer je geen opnamen met invulflitslicht meer wilt maken, druk je de flitskop weer in de camera.

Werken met een Speedlite

Een Speedlite is bij invulflitsen een geweldig alternatief voor een ingebouwde flitser. Als je camera een ingebouwde flitser heeft en je bevestigt een Speedlite, dan wordt er een schakelaar geactiveerd (in de flitsschoen) die voorkomt dat de ingebouwde flitser wordt uitgeklapt.

Speedlites hebben meer vermogen dan ingebouwde flitsers. Zo heeft de Speedlite 600EX II-RT een maximum richtgetal van 60 (ISO 100, meters), wat betekent dat onderwerpen zich tot circa 10 meter vanaf de camera kunnen bevinden. Buiten kan het bereik iets kleiner zijn, maar nog steeds veel groter dan met een ingebouwde flitser.

Wanneer een Speedlite aan een EOS-camera bevestigd is en wordt geactiveerd, flitst deze altijd, zelfs in een situatie waarin de camera niet automatisch de ingebouwde flitser activeert in de volledig automatische, de staande of de close-upmodus.

De handigste opnamemodus voor invulflitsen met een Speedlite is de programmamodus (P). In deze modus wordt de flits-output automatisch aangepast om een goede balans te vinden tussen flitslicht en omgevingslicht.

Buiten hangt de flits-output af van de opnamecondities. Bij weinig licht (onder circa EV 10) krijg je een flits-output alsof je een opname maakt van een onderwerp met dezelfde afstand binnen. Boven EV 10 wordt de flits-output geleidelijk verminderd, tot een maximum van -1,5 stops (-2 stops met E-TTL en E-TTL II automatische flitser) bij EV 13 en hoger. Deze automatische reductie van de flits-output helpt om bij helder zonlicht een betere balans te creëren tussen daglicht en flitslicht.

Opnamemodi

De meeste opnamemodi van een EOS-camera zijn geschikt voor invulflitsen. Hier vind je enkele richtlijnen welke modi je het beste kunt gebruiken en waarom.

Volledig automatisch (Scene Intelligent Auto): zoals eerder opgemerkt, wordt in de volledig automatische modus de ingebouwde flitser geactiveerd wanneer de camera besluit dat flitslicht nodig is. Dit gebeurt bij weinig licht en bij tegenlicht. Dat is prima als je haast hebt en snel en gemakkelijk een opname wilt maken met invulflitsen, maar het biedt je geen creatieve controle.

Programmamodus (P): dit is een goede modus voor eenvoudig invulflitsen. Net als in de volledig automatische modus stelt de camera de sluitersnelheid en het diafragma automatisch in, maar je bepaalt zelf of je de flitser wel of niet gebruikt. Als je de ingebouwde flitser opklapt, wordt er geflitst. Anders niet. Je kunt ook een Speedlite bevestigen en inschakelen.

In zowel de volledig automatische modus als de programmamodus (P) wordt de sluitersnelheid met flitsen beperkt tot tussen 1/60 seconde en de flitssynchronisatiesnelheid van de camera (tussen 1/90 en 1/250 seconde, afhankelijk van de camera). Dit is een beveiligingsmechanisme dat in nieuwere camera's is ingebouwd om te voorkomen dat foto's mislukken door de effecten van camerabewegingen bij lagere snelheden. Meestal zie je dat de lagere snelheid wordt ingesteld. De hogere snelheden worden alleen gebruikt bij fel daglicht. Maar 1/60 seconde is een prima snelheid voor invulflitsen.

Modus Sluitertijdvoorkeuze (Tv): in de modus Sluitertijdvoorkeuze (Tv) selecteer je de sluitersnelheid en stelt de camera automatisch het diafragma in voor de juiste belichting bij daglicht. De camera voorkomt dat je een sluitersnelheid selecteert die hoger is dan de flitssynchronisatiesnelheid van de camera. Als je dat probeert, stelt de camera de sluitersnelheid in op de synchronisatiesnelheid.

Modus Diafragmavoorkeuze (Av): dit is een goede opnamemodus voor creatief invulflitsen. In de modus Diafragmavoorkeuze (Av) selecteer je het diafragma en laat je de camera de sluitersnelheid instellen. Op de EOS R en alle EOS-camera's die sindsdien op de markt zijn gebracht, wordt in de Av-modus hetzelfde beveiligingsmechanisme voor beperking van de sluitersnelheid toegepast als hiervoor is uiteengezet bij de volledige automatische modus en de programmamodus. Oudere camera's kunnen tot 30 seconden laag gaan. Diafragma is een van de belangrijkste elementen die de scherptediepte bepalen (hoeveel scherp is voor en achter het scherpstelpunt).

Maar je hebt niet de volledige controle over het diafragma. Als je op een stralende dag een zeer groot diafragma instelt, is het mogelijk dat de camera geen sluitersnelheid kan selecteren die kort genoeg is voor een correcte belichting bij daglicht. Het resultaat is een overbelichte foto. Je kunt dit voorkomen door voordat je de opname maakt, de waarde van de sluitersnelheid in de zoeker te controleren. Als de waarde knippert, betekent dit dat je een kleiner diafragma moet instellen.

Als je een zeer klein diafragma instelt, is het mogelijk dat de camera een lange sluitersnelheid instelt, vooral als de zon niet schijnt. Dan krijg je wel de correcte belichting, maar door de lage snelheid kan het nodig zijn de camera op een statief te plaatsen om camerabewegingen te voorkomen.

Handmatige modus (M): in deze modus kun je zowel de sluitersnelheid als het diafragma onafhankelijk van de camera instellen, terwijl de volledige automatische flitsbelichting actief blijft. Dit is handig bij sommige flitstechnieken, maar niet bij invulflitsen. De meeste combinaties van sluitersnelheid en diafragma zorgen niet voor de juiste balans van flitslicht en daglicht. Gebruik in plaats hiervan de modus Diafragmavoorkeuze (Av).

Gerelateerde artikelen

Get the newsletter

Click here to get inspiring stories and exciting news from Canon Europe Pro