Nou, eigenlijk een beetje van allebei.
Supermanen zijn zo fascinerend dat maar weinig andere visuele fenomenen daar aan kunnen tippen. Want zeg nou zelf, wie heeft er nog nooit naar de lucht gestaard en gezegd: "Wauw, kijk eens hoe groot de maan vanavond is!" Maar dat hij groter lijkt, komt alleen maar
voor een deel
door de nabijheid tot de aarde. Het enige wat je nodig hebt om het drama volledig tot zijn recht te laten komen, zijn gewoon je eigen ogen en hersenen.
Wanneer de maan rond de aarde draait, volgt hij niet precies de vorm van de aarde. In plaats daarvan draait hij in een 'elliptische baan', wat betekent dat hij soms dichter bij de aarde is dan op andere momenten. Een zogeheten supermaan is het moment waarop de maan vol is én het dichtst bij de aarde staat, waardoor hij groter en helderder lijkt. Dus ja, de supermaan
staat
dichter bij de aarde, maar is maar ongeveer 15% groter en helderder dan een gewone volle maan. En dat is eigenlijk niet genoeg om met het blote oog echt goed te kunnen zien. Dat roept de vraag op… wat is er aan de hand waardoor hij er zo gigantisch uitziet?
Onze briljante hersenen
Alles wat we in de wereld zien, komt doordat onze hersenen ontzettend goed zijn in het interpreteren van informatie die via onze ogen binnenkomt. De 'input' (het licht dat wordt weerkaatst door het ding waar we naar kijken) gaat via de oogzenuw door de thalamus naar de visuele cortex, waar het een heleboel mentale verwerking ondergaat en verandert in
'wat we zien'. Tot nu toe allemaal duidelijk. Maar er gebeurt daarbinnen van alles, bijvoorbeeld dat er al heel veel informatie is opgeslagen. Als we bijvoorbeeld meerdere keren hetzelfde zien, weet ons brein al wat we kunnen verwachten en probeert het snel de leemtes in te vullen. Dit wordt 'top-down-verwerking' genoemd en komt simpelweg doordat onze hersenen uiterst efficiënt werken, anticiperen op wat er gaat komen en vervolgens alle nieuwe informatie verwerken om het uiteindelijke beeld te vormen.
Een leuk voorbeeld van top-down-verwerking in de praktijk is
het Stroop-effect, waarbij mensen wordt gevraagd de kleuren te noemen waarin de woorden zijn gedrukt, maar de woorden zelf ook kleuren zijn (het woord 'blauw' is bijvoorbeeld in het zwart gedrukt, het woord 'geel' in het rood, enzovoort). Als die twee met elkaar overeenkomen, is er niets aan de hand: wat de hersenen zien en wat ze verwachten, lopen dan synchroon. Maar als dat niet zo is, vindt het brein dit lastig en gaat het langzamer werken. Wat het verwacht, is niet wat het krijgt.
Wanneer wat we krijgen
niet is
wat we zien
Wat heeft dit allemaal met supermanen te maken? Nou, de onverwachte grootte van de maan heeft weinig te maken met hoe onze ogen werken, dus de term ‘optische illusie’ (die vaak wordt gebruikt als het over supermanen gaat) is eigenlijk een beetje misleidend. Net als bij het Stroop-effect heeft wat er gebeurt vooral te maken met het feit dat onze hersenen proberen de informatie die ze krijgen op een efficiënte manier te verwerken. Toch weet de neurowetenschap nog steeds niet precies waarom we de supermaan als zo groot zien. Maar er zijn wel een paar echt interessante theorieën om eens te bekijken:
De
Ebbinghaus-illusie
is een optische illusie waarin twee cirkels van gelijke grootte naast elkaar worden gezet, waarbij de ene wordt omringd door grote cirkels en de andere door kleine. De laatstgenoemde cirkel
lijkt
groter dan de cirkel met de grote cirkels eromheen. De theorie luidt dus dat de supermaan zo groot lijkt omdat hij misschien omringd wordt door objecten die deze vergelijkingsillusie veroorzaken.
De
Ponzo-illusie
is ook een theorie die vaak wordt genoemd. Deze wordt weergegeven door twee convergerende rechte lijnen die in de verte lijken te verdwijnen, met bovenaan en onderaan een paar even grote, horizontale balkjes. Maar het bovenste balkje
lijkt
groter dan het onderste, omdat het brein een onjuiste aanpassing maakt om het waargenomen perspectief te compenseren. In de context van de supermaan suggereert deze theorie dat de hersenen de maan als verder weg zien dan de referentiepunten aan de horizon en een soortgelijke aanpassing maken.
Een laatste verklaring is de
vlakke hemel-theorie. Nogmaals over de waarneming van afmetingen: het menselijk brein ziet de lucht boven ons niet als een koepel, maar als een afgeplatte koepel, met het zenit dichtbij en de horizon ver weg. Wanneer je brein de maan tegen deze vlakke hemel ziet, lijkt hij aan de horizon veel groter dan boven aan de koepel.
En wat als je wilt proberen de illusie niet te zien?
Sommige mensen zeggen dat als je tussen je benen door naar de maan kijkt, je hem weer in het juiste perspectief ziet, maar misschien vind je dat een beetje…
onhandig. Probeer in plaats daarvan eens tussen je duim en wijsvinger naar de maan te kijken, alsof je hem vasthoudt. Of bekijk de maan los van de rest van de omgeving door er door een kartonnen koker naar te kijken.
Eén ding is zeker: onze ongelooflijke, complexe hersenen verwerken voortdurend de wereld om ons heen met snelheden die ronduit indrukwekkend zijn. Elk zintuig - en al onze zintuigen samen - geven onze hersenen meer data dan we ooit kunnen bevatten. Visuele illusies moeten dus niet worden gezien als een 'fout' van onze hersenen, maar vormen juist een geweldige kans voor de wetenschap. En onze eindeloze fascinatie voor supermanen is eigenlijk het startpunt, zeg maar, om steeds meer te begrijpen en te leren over wat het betekent om mens te zijn.
Ben je klaar voor de volgende supermaan? Ontdek hoe je optimaal van de nachtelijke hemel kunt genieten met
deze handige tips.