Stap 2: Bouw een band op met de kinderen
Ik kijk om me heen op zoek naar aanwijzingen over de mensen met wie ik werk, op zoek naar raakvlakken om een band op te kunnen bouwen. Dit kunnen foto's, hobby's of interesses zijn, alles wat ik kan gebruiken als gespreksonderwerp. Ik kan vragen naar het huis, wat ze leuk vinden aan de buurt en naar het werk en de interesses van hun ouders. Meestal begin ik met een praatje met de ouders, zodat de kinderen even aan me kunnen wennen.
Als ik met kleintjes praat, ga ik op m'n hurken zitten om mezelf voor te stellen, zodat we op ooghoogte kunnen praten. Ik wil niet intimiderend overkomen. Als ze aan tafel of in een kinderstoel zitten wanneer ik binnenkom, probeer ik niet tussen hen en hun ouders te gaan staan. Kinderen komen uit zichzelf gedag zeggen als ze er klaar voor zijn en sommige kleine kinderen zijn erg verlegen bij nieuwe mensen. Anderen pakken m'n hand vast zodra ik er ben en laten enthousiast hun speelgoed zien of vragen me een verhaaltje te vertellen. Ik let op aanwijzingen in het gesprek en de lichaamstaal, en pas mezelf daarop aan.
Als kinderen extravert zijn en graag op de foto willen, ga ik mee in hun ideeën en enthousiasme. Ik wil hun plezier, en mijn kansen, optimaal benutten. Sommige kinderen zitten meteen vol energie en worden later op de ochtend moe. Anderen zijn verlegen en hebben even tijd nodig om los te komen. In dat geval probeer ik meteen naar buiten te gaan zodat ze rond kunnen rennen. Dit helpt bij verlegen kinderen, want dan voelen ze zich niet zo opgesloten.