WILDLIFEFOTOGRAFIE

Spectaculaire wildlifefoto's maken met je Canon-camera

Tien innovatieve tips en technieken om je wildlifefotografie naar een hoger niveau te tillen.
Canon Camera
Onvoorspelbare dieren die onregelmatig en snel bewegen, kunnen behoren tot de meest uitdagende onderwerpen om te fotograferen.

Maar met de juiste kennis is het gemakkelijker om foto's te maken waar je trots op bent. Net zoals bij sportfotografie zijn een goede voorbereiding, het vinden van de juiste positie, weten welke apparatuur je nodig hebt (en hoe je die moet gebruiken) en het onverwachte verwachten allemaal belangrijke overwegingen wanneer je wildlife fotografeert.

Hier vind je de 10 beste tips van Canon voor het maken van prachtige wildlifefoto's.

1. Leer je onderwerp kennen

Een bruine beer achter lommerrijke struiken, met veel vliegen in de lucht om hem heen.

Het kan handig zijn om te leren hoe dieren in het wild bewegen, reageren en zich gedragen, zodat je de beste manier kunt vinden om ze te fotograferen. Gefotografeerd met een Canon EOS 90D met een Canon EF 400mm f/2.8L IS III USM-lens, ingesteld op 1/500 sec, f/5.6 en ISO2500. © Markus Varesvuo

Kom alles te weten over de leefomgeving en het gedrag van het dier dat je wilt fotograferen. Dit is van groot belang en zal je uren schelen op locatie. Zo moet je weten in welk seizoen de diersoort actief is om je foto's te plannen. De mooiste wildlifefoto's zijn vrijwel altijd gemaakt dankzij veel kennis en planning.

2. Oefening baart kunst

Een zwaan rijst op uit het water met zijn vleugels uitgevouwen.

Wildlifefotografie vergt geduld en oefening, maar wachten op het perfecte moment kan ongelooflijke resultaten opleveren. Gefotografeerd met een Canon EOS R5 met een Canon RF 600mm F4L IS USM-lens, ingesteld op 1/1600 sec, f/4 en ISO800.

Het heeft weinig zin om op het juiste moment op de juiste plek te zijn als je niet kunt vastleggen wat er voor je ogen gebeurt. Je moet veel oefenen om snel te kunnen reageren. Het vastleggen van schichtige dieren betekent dat je net zolang moet oefenen tot je weet wat voor jou werkt.

Overweeg om in je tuin voederhuisjes voor vogels te plaatsen en ze door het raam of vanuit een geïmproviseerde schuilplaats te fotograferen met een zoomlens met een telebereik, zoals de Canon RF 24-240mm F4-6.3 IS USM of Canon RF 100-400mm F5.6-8 IS USM. Met een zoomlens kun je de brandpuntsafstand aanpassen, bijvoorbeeld het bereik van 400 mm van de RF 100-400mm F5.6-8 IS USM. Dit betekent dat je zelfs op de kleinste dieren kunt inzoomen zonder ze te storen.

Of ga met je camera in de aanslag naar een dierentuin of een park in de buurt om meer te leren over het gedrag van de dieren. Hoe meer je je ogen en je reactievermogen traint, hoe beter je wildlifefoto's zullen zijn.

3. Kom dichterbij

Een close-up van het rode oog en de zachte, gevederde kop van een tropische vogel.

Het is over het algemeen het beste om scherp te stellen op de ogen van een dier, omdat dit het punt is waarop van nature de aandacht van de kijker wordt getrokken. Gefotografeerd met een Canon EOS 6D Mark II met een Canon EF 70-200mm f/4L IS II USM-objectief, ingesteld op 164mm, 1/160 sec, f/5,6 en ISO400.

De beste wildlifefoto's tonen de actie van dichtbij. Als je te dicht bij dieren komt, verandert hun gedrag of jaag je ze misschien wel weg. Gebruik een lange lens om foto's te maken die de actie gedetailleerd vastleggen en snijd je foto later bij om nog dichterbij te komen.

De AF voor dieren van de Canon EOS R5 en EOS R6 kan honden, katten en vogels herkennen en daarbij het lichaam, gezicht of oog van het onderwerp detecteren, zodat je haarscherpe foto's van bewegende dieren kunt maken.

4. Kies de juiste lens

Een rode eekhoorn zit op een tak hoog in een boom.

Een lange telelens is essentieel voor wildlifefotografie waarbij je een genoeg afstand moet houden. Gefotografeerd met een Canon EOS R5 met een Canon EF 70-200mm f/2.8L IS III USM-lens, ingesteld op 200mm, 1/320 sec, f/4 en ISO5000. © Robert Marc Lehmann

Als het om lenzen gaat, is het de moeite waard om verstandig te kiezen. De nieuwe RF 100-400mm F5.6-8 IS USM heeft een krachtig zoombereik voor geweldige veelzijdigheid. Voor een nog groter supertelebereik op een camera zoals de Canon EOS RP zijn er de Canon RF 600mm F11 IS STM- en RF 800mm F11 IS STM-prime-lenzen.

Als je een Canon-camera met APS-C-formaat hebt en klein wilt beginnen wat betreft constructie en budget, kun je de EF-S 55-250mm f/4-5.6 IS STM-lens voor spiegelreflexcamera's of de EF-M 55-200mm f/4.5-6.3 IS STM-lens voor systeemcamera's uit de M-serie, zoals de Canon EOS M50 Mark II overwegen.

De sensor in een APS-C-camera is kleiner dan de sensor in een full-frame camera. Een APS-C-camera legt niet de volledige breedte vast van het beeld dat dezelfde lens op een full-frame camera zou produceren; er geldt een 'bijsnijdfactor' van ongeveer 1,6x waardoor het lijkt of er op de scène is ingezoomd, omdat het onderwerp in het kader wat groter is. Dit betekent dat het gebruik van een 200mm-lens op een APS-C-camera een zichthoek oplevert die gelijk is aan die van een 320mm-lens op een full-frame camera. Met andere woorden: de 'effectieve brandpuntsafstand' is 1,6x groter.

5. Houd het stabiel

Een vossenjong staat op een met mos bedekt heuveltje.

In veel scenario's voor wildlifefotografie heb je geen tijd om een statief op te zetten. Je hebt dan baat bij beeldstabilisatie, die voor consistent scherpe foto's uit de hand zorgt, zelfs met lange telelenzen en macrolenzen.

Bij het gebruik van telelenzen zijn camerabewegingen de vijand van scherpe opnamen.

De overgrote meerderheid van de Canon-telelenzen beschikt over een zeer effectieve optische beeldstabilisatie om dit tegen te gaan, wat doorgaans overeenkomt met een belichtingswaarde van ongeveer 3 tot 5 stops. Dit kan een enorm verschil maken bij wildlifefotografie uit de hand, waarbij snelle sluitertijden onpraktisch kunnen zijn in situaties waar geen direct zonlicht beschikbaar is. De 5-stops Image Stabilizer op de Canon RF 600mm F11 IS STM maakt altijd scherpe opnamen bij 1/20 van een seconde in plaats van 1/640.

Gebruik de Image Stabilizer voor tele- en macrofotografie, vooral als je de camera in de hand houdt. Als je de camera op een statief gebruikt, is het vaak echter beter om de Image Stabilizer uit te schakelen.

6. Blijf scherp

Een roofvogel zweeft hoog door de lucht.

Als je voorzichtig bent en geen vogels en andere schichtige dieren afschrikt, kun je de tijd nemen om met verschillende opnametechnieken te oefenen om je vaardigheden te verbeteren. Gefotografeerd met een Canon EOS R5 met een Canon RF 100-500mm F4.5-7.1L IS USM-lens, ingesteld op 451mm, 1/8000 sec, f/6.3 en ISO4000. © Robert Marc Lehmann

Bij wildlifefotografie is het belangrijk om ervoor te zorgen dat je op de juiste plek op je onderwerp scherpstelt. De EOS M- en EOS R-systeemcamera's van Canon hebben een zeer effectief Dual Pixel AF-systeem, dat snelle automatische scherpstelling met fasedetectie mogelijk maakt op de beeldsensor zelf, en ook het grootste deel van het beeldkader bestrijkt. De meest recente EOS-spiegelreflexcamera's zijn ook voorzien van Dual Pixel AF. Deze functie is beschikbaar bij het maken van opnamen in de Live View-modus.

Probeer het belangrijkste deel van het onderwerp scherp in beeld te houden: meestal zijn dit de ogen. De Canon EOS R5 en EOS R6 beschikken over een automatische scherpstelmodus voor de detectie van de ogen van dieren, waarbij automatisch wordt gezocht naar ogen in de scène en daarop wordt gefocust. De automatische scherpstelling met AI Servo houdt continu de bewegende dieren bij, zelfs als ze zeer snel bewegen, voor scherpe opnamen. Probeer een serie opnamen te maken in de snelste transportmodus van je camera om het ultieme moment vast te leggen.

7. Snelheid is belangrijk

Een zebra rent door een veld.

Bekijk Canon's toptips voor bewegingsfotografie voor meer informatie over het vastleggen van beweging in je foto's.

De juiste sluitertijd is van groot belang bij de mooiste wildlifefoto's. Bij het fotograferen van snelle actie is het op zich logisch om de sluitertijd te verhogen. Maar met de ietwat wazige beelden van een korte sluitertijd, zoals op de vleugelpunten van vogels, kun je een gevoel van beweging toevoegen.

Naarmate je meer ervaring met je apparatuur hebt, kun je de sluitertijd nog verder verlagen, mogelijk tot wel 1/10 seconden, en zelfs een pantechniek introduceren om het gevoel van beweging verder te vergroten.

De vuistregel is dat je een sluitertijd nodig hebt die minstens zo snel is als de omgekeerd evenredige full-frame brandpuntsafstand. Dus als je een 600mm-lens gebruikt zoals de Canon RF 600mm F11 IS STM, heb je een sluitertijd nodig van ten minste 1/600 van een seconde wanneer de IS is uitgeschakeld. Op de meeste camera's is dit 1/640.

8. Denk na over het licht: maak optimaal gebruik van tegenlicht

Een hert staat in lang gras.

Het 'gouden uur' is een toepasselijke naam. Gedurende het eerste uur na zonsopgang en het laatste uur voor zonsondergang staat de zon laag aan de hemel, waardoor het licht een gouden warmte krijgt. Gefotografeerd met een Canon EOS RP met een Canon RF 100-400mm F5.6-8 IS USM-lens, ingesteld op 373mm, 1/1250 sec, f/8 en ISO1250. © Ben Hall

Til je foto's naar een hoger niveau door je onderwerpen bij het juiste licht te fotograferen. Houd rekening met de gedragspatronen van de dieren en probeer foto's te maken in het licht van de vroege ochtend of de namiddag voor warm en laag zonlicht, dat voor mooie kleuren en diepe schaduwen zorgt.

9. Bepaal je scherptediepte

Een hert met zijn kop boven de varens, die wazig zijn.

Een telelens heeft weliswaar misschien geen 'snel' diafragma, maar je kunt deze lens nog steeds gebruiken om de achtergrond van je opnamen te vervagen, aangezien de lange brandpuntsafstand de indruk kan wekken van een redelijk kleine scherptediepte, zelfs bij een relatief smal diafragma. Dit is te danken aan de mogelijkheid van telelenzen om de afstand te verkleinen, waardoor onscherpe achtergronden dichter bij je onderwerp komen. Gefotografeerd met een Canon EOS RP met een Canon RF 100-400mm F5.6-8 IS USM-lens, ingesteld op 400mm, 1/60 sec, f/8 en ISO1250. © Ben Hall

Deze tip is echt belangrijk. Bij gewone fotografie wordt meestal de modus voor diafragmaprioriteit (AV op de modusschakelaar van de camera) gebruikt. Vanwege de korte werkafstanden van macrolenzen wordt de opening gesloten tot f/16, f/22 of meer om de scherptediepte te maximaliseren en ervoor te zorgen dat de hele foto scherp is.

Je kunt je wildlifefoto's verbeteren door bokeh te gebruiken om je onderwerp het middelpunt van je foto te maken. Mogelijk wil je echter voorkomen dat de achtergrond onscherp wordt wanneer je wilde dieren in de natuurlijke omgeving wilt vastleggen.

Een langere brandpuntsafstand kan resulteren in een sterkere achtergrondvervaging. Dit is de reden dat telezooms kunnen worden gebruikt om een onderwerp te isoleren en de achtergrond te vervagen zonder details te behouden. Als je de bokeh wilt verbeteren, doe dan een paar stappen terug en zoom in naar een langere brandpuntsafstand.

10. Extreme close-ups

Een bruine springspin zit op een tak.

Macrofotografie van levende onderwerpen kan uitdagend zijn, dus je hebt de juiste uitrusting en een flinke dosis geduld nodig om fantastische foto's te maken. Gefotografeerd met een Canon EOS 90D met een Canon EF-S 60mm f/2.8 Macro USM-lens, ingesteld op 1/250 sec, f/8 en ISO500. © Pierre Anquet

Door je foto goed in scène te zetten en het onderwerp in de natuurlijke habitat te plaatsen, kun je opvallende wildlifefoto's maken. Hiervoor heb je een groothoeklens nodig. Voor kleinere onderwerpen, zoals vogels en zelfs insecten, is het effectiever in extreme close-up te fotograferen, zodat je onderwerp niet verdwijnt in een te weidse foto. Hiervoor is een speciale macrolens nodig. Hoewel het geen macrolens is, kun je zelfs de Canon RF 100-400mm F5.6-8 IS USM gebruiken. Deze biedt een vergroting van 0,41x en heeft een nauwkeurige scherpstelling waarmee je foto's kunt maken die zeer dicht bij macro-opnamen liggen.

De huidige macrolenzen van Canon beschikken vaak over 'hybride beeldstabilisatie', die zowel de x-y-verschuiving als de meer gebruikelijke hoektrillingen corrigeert. Hierdoor zijn ze bijzonder geschikt om vanuit de hand extreme close-ups te maken. De Canon RF 35mm F1.8 IS Macro STM- en RF 85mm F2 Macro IS STM-lenzen zijn belangrijke voorbeelden, met een vergrotingsfactor van 0,5x voor macrofoto's bij de kortste scherpstelafstanden.

Het mooie van een macrolens is dat je er foto's mee kunt maken die iets op het scherm of op een print groter weergeven dan je het normaal gesproken ziet. Je kunt minuscule insecten laten zien als spectaculaire monsters met enorme ogen of de meest complexe details uitlichten die normaal gesproken niet met het blote oog te zien zijn.

Bekijk Canon's volledige gids als je op zoek bent naar de juiste lens voor wildlifefotografie.


Geschreven door Matthew Richards

Gerelateerde producten

Gerelateerde artikelen

  • A swan on a body of water glistening in golden light.

    WILDLIFEFOTOGRAFIE

    De beste lenzen voor wildlifefotografie

    Leg prachtige beelden van wilde dieren en vogels vast met deze prime- en zoomlenzen.

  • Een luipaard die uitrust in de schaduw.

    WILDLIFEFOTOGRAFIE

    Van prijswinnaars tot professionals

    Twee winnaars van Young Wildlife Photographer of the Year vertellen wat het vroege succes voor hen betekende.

  • EOS 90D

    WILDLIFEFOTOGRAFIE

    Wildlifefoto's met de Canon EOS 90D

    Bekijk de opmerkelijke resultaten van Markus Varevuo's wildlifeshoot met de Canon EOS 90D.

  • Een close-up van een bruine springende spin.

    MACROFOTOGRAFIE

    Ontdek de wereld van insecten

    Onthul het geheime leven van de kleinste beestjes met tips en tricks van Pierre Anquet.